Kern van de zaak is dat zij via ACEA afspraken maakten over:
- Het niet vergoeden van demontagebedrijven (de zogenaamde ‘zero-treatment-cost’-strategie);
- Het afzien van communicatie over recyclebaarheid en gebruik van gerecyclede materialen, zolang dit niet wettelijk verplicht was.
De Nederlandse situatie: ARN-model valt buiten beschikkingsbesluit
Het besluit van de Europese Commissie richt zich nadrukkelijk op landen waarin autofabrikanten individueel contracten afsloten met verwerkers van autowrakken – het zogeheten individual system. In deze landen hadden producenten rechtstreeks invloed op contractvoorwaarden en vergoedingsstructuren. In Nederland is de situatie fundamenteel anders. Hier is sinds de jaren negentig een collectief systeem van kracht, waarin ARN als centrale uitvoerder optreedt namens alle importeurs. Dit systeem is ingebed in de wettelijke kaders van het Besluit beheer autowrakken. Volgens het besluit van de Europese Commissie vallen dergelijke collectieve en fondsgebaseerde systemen expliciet buiten de scope van het onderzoek. “This case concerns individual systems only. In collective or fund-based systems, producers do not individually negotiate with treatment facilities.” Hiermee wordt bevestigd dat het Nederlandse ARN-model geen onderwerp van onderzoek of boete is geweest in deze zaak.
Bekijk het volledige rapport hier en/of ons eerdere bericht hierover op de website van ARN.



